Berichten

Stappenplan Intranet

Steeds meer bedrijven, ook de kleinere, hebben een intranet. Het implementeren van een intranet is niet alleen een technische aangelegenheid. Dat er veel bij komt kijken, blijkt wel uit deze 14 stappen van het HRM-vakblad IntermediairPW.

Stap 1: Zorg voor commitment van het (top)management
Stap 2: Formeer een multidisciplinair team, beslis over rol Personeel & Organisatie (HRM)
Stap 3: Creëer draagvlak
Stap 4: Analyseer het personeelsbeleid en bepaal waar het intranet kan ondersteunen
Stap 5: Analyseer het organisatiebeleid en bepaal waar het intranet kan ondersteunen
Stap 6: Communiceer het beleid naar de medewerkers
Stap 7: Organiseer een ontwikkelingstraject
Stap 8: Maak een groeiscenario
Stap 9: Bepaal hoe het intranet onderhouden gaat worden
Stap 10: Pas de technische infrastructuur aan op computergebruik
Stap 11: Stel gebruikregels op
Stap 12: Test en demonstreer het intranet
Stap 13: Introduceer het intranet bij het personeel
Stap 14: Evalueer

Stap 1: Zorg voor commitment van het (top)management
Het topmanagement overziet de strategische vraagstukken die in de organisatie leven en kan daardoor het beste bepalen of een organisatie toe is aan een intranet. Een intranet moet wel in de organisatiecultuur passen, en een functie kunnen vervullen in het organisatiebeleid. (Zie ook: Intranet bedreigt top-down benadering management op de site van IntermediairPW)

Het is niet verstandig een intranet te implementeren op een moment dat er andere grote veranderingen in of rond de organisatie plaatsvinden. Het risico is dan dat prioriteiten ergens anders liggen en er te weinig medewerking is van het middenmanagement.

Het commitment van de top is noodzakelijk. Het management zal immers intranet-investeringen moeten goedkeuren. Maar het zal ook een voorbeeldfunctie moeten vervullen in het gebruik van het intranet.

Stap 2: Formeer een multidisciplinair team, beslis over rol Personeel & Organisatie (HRM)
Zorg voor een goede samenwerking binnen het projectteam met vertegenwoordigers uit de afdelingen p&o, communicatie, IT, het (top)management en de ondernemingsraad. De communicatiemanager is vaak verantwoordelijk voor de structuur en bewaakt de Huisstijl op het intranet. Het hoofd p&o beheert de p&o-site en beslist over de inhoud en de vormgeving daarvan. Het is echter onverstandig om het daarbij te laten. Ook welke toepassingen aansluiten bij het organisatie- en personeelsbeleid, welke informatie via het intranet toegankelijk moet worden gemaakt en wie toegang krijgt tot welke delen van het intranet, zijn zaken die onder p&o-verantwoordelijkheid kunnen worden geschaard. Het is eveneens de p&o-afdeling die in de gaten moet houden of het intranet inderdaad een positieve invloed heeft op de organisatie, en of medewerkers het gebruiken zoals het bedoeld is.

Stap 3: Creëer draagvlak
Betrek belanghebbenden bij het opzetten van het intranet. Met bijvoorbeeld workshops, waarin personeelsleden de tot dan toe ontwikkelde applicaties beoordelen. Ook de ondernemingsraad kan ervoor zorgen dat werknemers alvast betrokken raken bij het nieuwe intranet. De OR kan bijvoorbeeld een enquête houden onder medewerkers, met daarin concrete voorbeelden van toepassingen. Het personeel geeft dan aan waaraan het behoefte heeft, en waaraan minder.

Stap 4: Analyseer het personeelsbeleid en bepaal waar het intranet kan ondersteunen
Een intranet kan het personeelsbeleid op deelterreinen – waaronder het opleidingsbeleid, het loopbaanbeleid en de interne werving en selectie – ondersteunen. Bestaande p-instrumenten kunnen soms worden uitgebreid met interactieve middelen op het intranet, denk bijvoorbeeld aan on line self-assessments. In andere gevallen vervangen intranet-toepassingen oude schriftelijke instrumenten (de interactieve personeelsenquête) en speciale computerprogramma´s (zoals kennismanagementsystemen).

In principe kan alle digitale informatie op het intranet gezet worden. Informatie die nu op papier staat, kan ook on line gezet worden, maar moet dan wel enigszins worden herschreven. Het intranet heeft immers andere eigenschappen dan de gedrukte media: het is interactief en mensen lezen er van het scherm. Het is belangrijk daarmee rekening te houden.

Stap 5: Analyseer het organisatiebeleid en bepaal waar het intranet kan ondersteunen
Beschrijf de huidige corporate-doelstellingen en functionele doelen (bijvoorbeeld op sociaal, technologisch, communicatief en financieel gebied) in een businessplan en bepaal waar het intranet kan ondersteunen. Vergeet groepen werknemers met speciale wensen niet, zoals thuiswerkers. Neem in de analyse ook de omgeving mee: klanten, concurrenten en andere bij de organisatie betrokken partijen. Expliciteer in een casus de visie op gebruik en inzet van het intranet, waar herontwerp van werkprocessen nodig is (als het intranet een nieuwe manier van werken nodig maakt) en hoe de kosten zich verhouden tot de baten.

Stap 6: Communiceer het beleid naar de medewerkers
Zorg dat iedereen in de onderneming, ook mensen die minder bekend zijn met computertechnologie, weet wat een intranet is, wat de doelen ervan zijn en wat de gevolgen zijn voor hun manier van werken. Verwachtingen van het management zullen in overeenstemming gebracht moeten worden met die van andere lagen in de organisatie.

Stap 7: Organiseer een ontwikkelingstraject
Het projectteam kan het beste gebruik maken van een vooraf vastgestelde projectmethodiek (inventarisatie/analyse – realiseren technische infrastructuur – inrichten functionaliteiten en inhoud – implementatie – evaluatie/onderhoud). De technische infrastructuur kan in sommige organisaties met eigen expertise ontwikkeld worden, en andere zal het moeten worden uitbesteed. Sommige aanbieders (zoals SAP of Peoplesoft) leveren standaard intranetpakketten, maar is het is ook mogelijk een pakket op maat te laten maken. In het midden- en kleinbedrijf kan het aantrekkelijk zijn gratis intranetsoftware op het internet
(bijvoorbeeld van: www.viadesk.com of www.intranets.com) te gebruiken.

De ontwikkeltijd van een intranet is afhankelijk van welke applicaties men op het intranet wil, maar hangt ook af van de organisatiecultuur: of die snelle implementatie van een intranet toelaat. Soms zal eerst een gedragverandering moeten plaatsvinden voor bepaalde intranet-toepassingen kans van slagen hebben. Een vakinhoudelijke discussiegroep komt bijvoorbeeld niet van de grond, wanneer medewerkers niet bereid zijn hun kennis te delen.

Stap 8: Maak een groeiscenario
Een simpel intranet kan later uitgebouwd worden. Werk in fasen, kijk wanneer de organisatie toe is aan de volgende toepassing op het intranet. Route en tempo zullen per organisatie verschillen, ook afhankelijk van het veranderingsvermogen, maar kleine stappen vergroten de kans op succes.

Stap 9: Bepaal hoe het intranet onderhouden gaat worden
Een goed intranet is altijd up-to-date en overzichtelijk voor gebruikers. Dat betekent dat er inhoudbeheerders moeten zijn. Deze bevinden zich meestal op decentraal niveau, in tegenstelling tot het technisch beheer van de site.

Stap 10: Pas de technische infrastructuur aan op computergebruik
Als niet iedereen over een computer beschikt, zullen sommige gebruikers zich buitengesloten voelen. Dat kan worden opgelost met interactieve zuilen. Zieken en gepensioneerden zouden vanaf hun huisadres toegang kunnen krijgen.

Het is mogelijk om bepaalde groepen gebruikers exclusieve toegang tot bepaalde onderdelen van het intranet te geven. Zo kunnen alleen managers, via een wachtwoord, toegang krijgen tot managementinformatie als rapportages, ken- en stuurgetallen en personeelsgegevens.

Een goede technische Beveiliging van E-mail en andere gevoelige informatie tegen interne en externe belangstellenden is altijd erg belangrijk.

Stap 11: Stel gebruikregels op
Sluit daarbij aan bij bestaand beleid op het gebied van internet. Er kunnen bijvoorbeeld regels komen over privégebruik van het intranet, het kopiëren van elektronische informatie, over auteursrechten, over spreken op persoonlijke dan wel functietitel, over aangeven wanneer je anderen citeert in je berichten, en over (koers)gevoelige informatie verspreiden. Zorg dat de regels bij iedereen bekend zijn.

Stap 12: Test en demonstreer het intranet
Bouw een prototype van een intranet om de slaagkans van het intranet in de praktijk te toetsen, zowel in technisch als inhoudelijk opzicht. Laat een kleine groep ervaren medewerkers en managers, die tegelijkertijd consument zijn, het intranet gebruiken. Stel hen hiervoor tijd ter beschikking.

Kijk welke knelpunten er nog zijn, gebruikers hebben bijvoorbeeld last van een informatie-overload, vraag gebruikers om feedback. Maak een verslag van de bijeenkomst en demonstreer de verbeterde versie later aan alle betrokkenen.

Stap 13: Introduceer het intranet bij het personeel
Borduur voort op het eerder gecreëerde draagvlak. Medewerkers moeten weten wat het intranet voor de organisatie betekent en hoe ze het zelf kunnen gebruiken. Een voor iedereen duidelijke, bondige, gebruikershandleiding is onontbeerlijk. Gebruik in de introductiefase nog gewoon de traditionele media, zoals een papieren gebruikershandleiding. Informeer juist die medewerkers die weinig of niets afweten van intranet. Organiseer voor hen voorlichtingsbijeenkomsten, stel een e-mailadres open voor vragen of verspreid een overzicht van de belangrijkste vragen met bijbehorende antwoorden.

Vergeet niet dat medewerkers het intranet ook moeten wíllen gebruiken. Goed scorende onderwerpen zijn het meest geschikt om als eerste op het intranet te zetten, zoals bijvoorbeeld de arbeidsvoorwaarden of interne vacatures.

Stap 14: Evalueer
Verzamel gebruikersgegevens: door wie (en wie niet!) wordt het intranet gebruikt, hoeveel wordt er gebruik van gemaakt, welke toepassingen zijn populair? Dit kan met een periodieke medewerkerstevredenheids-enquête, via een e-mailadres voor reacties, of met een simpele bezoekersteller op het intranet. Geef mensen die het intranet niet gebruiken de gelegenheid hun mening via de interne post of middels een gesprek te uiten.

Evalueer het gebruikersonderzoek met medewerkers, managers en het intranetprojectteam. Het is een bruikbare basis voor verbeteringsplannen. Gebruikersgegevens vormen bovendien een goede cijfermatige onderbouwing wanneer het management moet investeren in intranetvoorzieningen.

Bron: IntermediairPW

Wat is workflow?

Workflow is te definieren als een taak, seriematig of parallel uitgevoerd door twee of meer deelnemers van een werkgroep om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Een taak heeft betrekking op een brede varieteit van bedrijfsactiviteiten vastgelegd in de procedures. Seriematig of parallel; De volgorde van de taken worden gelijktijdig of na elkaar uitgevoerd.

Wat is workflow?

De letterlijke vertaling van workflow is Werkstroom, en dit grijpt terug naar de organisatorische invalshoek van workflow. De manier waarop een bedrijfsproces verwerkt wordt. Daarnaast bestaat er ook een technische kant van workflow namelijk de technische (softwarematige) mogelijkheden om de werkstromen binnen het bedrijfsproces te sturen, te beheersen en te volgen. Met deze tweede omschrijving wordt de term workflow het meest in verband gebracht omdat het toch ook een automatiseringsterm is. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen Workflow management (WFM) en Workflow Management Systemen.

Workflowmanagement is het beheersen van de werkstroom op strategisch niveau. Workflowmanagementsystemen maken dat mogelijk. Een workflow management systeem valt te omschrijven als: ‘een systeem dat werkstromen definieert, beheert en opstart door middel van software. Deze software geeft een representatie van de werkstroom in het bedrijfsproces’, bij workflowmanagement gaat om het bestuurlijk beheren van de werkstromen binnen de organisatie. Het is mogelijk om workflowmanagement toe te passen zonder gebruik te maken van Workflow management systemen. Dit gebeurt echter weinig omdat Workflow Management Systemen de mogelijkheid bieden om workflow te optimaliseren en te beheersen.

Workflow Management

 

Wanneer er over workflow gesproken wordt, bedoelen we de beheersing van het bedrijfsproces door gebruik te maken van technische hulpmiddelen. Het verschil tussen de term bedrijfsproces en workflow is niet zo heel erg groot. Workflow is een term die het bedrijfsproces bekijkt vanuit een technischer referentiekader. Het verschil ligt in de manier van benadering van het bedrijfsproces. Bij bedrijfsprocessen kijk je puur naar de kenmerken van het proces en niet naar de mogelijkheden die er zijn voor beheersbaarheid en controle over het proces. Bij workflow is de mate van beheersbaarheid, controle en sturing belangrijk. In een workflowsysteem worden dus de verschillende stappen van het bedrijfsproces gedefinieerd. Workflow geeft een organisatie de mogelijkheid om de klant sneller, effectiever en klantvriendelijker te helpen. Het bedrijfsproces wordt geoptimaliseerd. Tevens geeft het inzicht in de status van het werk en de voortgang van een bepaald proces. Ook geeft workflow de mogelijkheid om de werklast te beheersen. (Bijvoorbeeld antwoord op de vraag: ‘in welke fase van het proces bevindt de pensioenaanvraag zich?’). Er kan door middel van workflow een goed beeld verkregen worden van de doorlooptijd van het proces.

Informatie staat centraal in een workflowsysteem. Waar men vroeger een goed overzicht had van waar de informatie zich in de organisatie bevindt is dat nu vaak lastig. Documenten kunnen zich in een dossier, ergens op het computernetwerk of bij een bepaalde werknemer bevinden en dit is niet altijd even doorzichtig. Het belangrijkste doel van workflow is dus dat de juiste activiteiten op het juiste moment door de juiste persoon gedaan worden. Een workflow is taak georiënteerd, dat wil zeggen dat een bepaalde handeling door middel van workflow effectiever gedaan kan worden.

Workflow pakketten zijn los te koop maar veelal wordt met bestaande middelen een workflow systeem opgezet, bijvoorbeeld door gebruik van Exchange. Veel moderne softwarepakketten beschikken zelf al over een ingebouwde workflow engine. Voor CRM-systemen is dat evident, het verkoop- en opvolgproces is zeer gebaat bij werkstroomachtige oplossingen. Maar ook bij verzekeringssystemen, calldesksystemen en andere ERP-software maakt workflow onderdeel uit van de primarie functionaliteit. Veel organisaties denken dat door invoering van een enkele workflowapplicatie alle bedrijfsprocessen ondersteund kunnen worden. Echter, het streven naar een enkel bedrijfsomvattend workflowsysteem is – evenals de gedachte dat een enkele ERP-applicatie voldoende zou zijn voor de automatisering van alle bedrijfsprocessen – een utopie. Het koppelen van verschillende workflow systemen met behulp van middleware is een praktischer oplossing.

Workflow Engines

 

Model om uw internetstrategie te bepalen via uw marketingmix

1. Inleiding

Momenteel is 83% van de organisaties in Nederland aanwezig op internet, soms zelfs met een tweede of derde generatie website, maar helaas constateren veel bedrijven dat het rendement van de website tegenvalt en in veel gevallen zelfs negatief is.
Vaak is de oorzaak daarvan dat organisaties zich onvoldoende hebben verdiept in wat je wel en niet via internet kunt realiseren en wat dus je doelstellingen moeten zijn.
Natuurlijk heeft de dotcom-hype het imago van het internet sterk verminderd, maar in feite was dit niet meer dan één van de vele voorbeelden van wat je niet kunt realiseren via internet. Het probleem hierbij was dan ook niet de techniek maar de onervarenheid van marketeers, sales en technici met hoe het medium internet ingezet kan worden. (Zie ook Waarom Sales en Marketeers niets van internet snappen.)

In dit artikel gaan we dieper in op wat u wel en niet kunt doen met internet en geven we handreikingen om de juiste internetstrategie voor uw organisatie te bepalen.

2. Segmentatie naar bestaande en nieuwe klanten

Cruciaal op internet is dat u onderscheid maakt tussen bestaande relaties en nieuwe relaties. Dit heeft alles te maken met het begrip vertrouwen van de internetbezoekers, want vertrouwen is een absolute voorwaarde om tot zaken te kunnen komen.

2.1 Bestaande relaties

Bestaande relaties zullen u doorgaans vinden door het intikken van www.bedrijfsnaam.nl of door het intikken van uw bedrijfsnaam in een zoekmachine. U zult u dus op uw bedrijfsnaam gevonden moeten worden, ook als deze afwijkt van uw internetnaam. Vaak zal men ook nog een plaatsnaam toevoegen of de naam van uw belangrijkste producten of diensten. Vindbaarheid op alle varianten van uw bedrijfsnaam in combinatie met adresgegevens en uw belangrijkste producten of diensten is dus in het geval van bestaande relaties van groot belang. Zo nodig kan dit via zoekmachine marketing (zie Zin en onzin van zoekmachine marketing en promotie) gerealiseerd worden, waarbij u zich niet moet laten verleiden tot investeringen in vindbaarheid voor nieuwe klanten, want dit is op voorhand weggegooid geld.
De bestaande relatie verwacht op uw bedrijfswebsite snel en exact dat te vinden waar hij behoefte aan heeft.

  • informatie over producten of diensten of een catalogus;
  • contactgegevens en routebeschrijving;
  • bestelmogelijkheden als dit relevant is;
  • FAQ (frequently asked questions);
  • services.

Dat hij voor bepaalde zaken moet inloggen is geen probleem, want u kent hem/haar en hij/zij kent u. Bent u de leverancier van meerdere sterke merken of richt u zich op duidelijk onderscheidbare doelgroepen, dan is een multi-channel strategie vaak de aangewezen weg, waarbij u per channel bepaalt of u uw bestaande relaties via een eigen website dan wel via een doelgroep gericht portal bedient. (Zie Internetstrategie, uw klant is toch geen kleuter?.)

2.2 Nieuwe klanten/relaties

Nieuwe klanten daarentegen vormen een heel ander probleem. Een bedrijfswebsite is enigszins te vergelijken met het vestigen van een winkel in ‘the middle of nowhere’. Hij is veelal moeilijk vindbaar en meestal niet in staat om bezoekers te binden. Tenzij u in de fysieke wereld een merknaam heeft opgebouwd, die vertrouwen wekt, zoals Wehkamp, Intratuin, Rabobank of Mc Donalds, Ministerie van Justitie, Gemeente Rotterdam of Rode Kruis, zult u op internet eerst het vertrouwen van de Bezoeker moeten winnen.

De optie om te trachten een hoge naamsbekendheid te krijgen via advertising, radio- en TV-spots is nogal kostbaar dus is het handiger om gebruik te maken van een plek op internet, waar uw doelgroep al komt. Net als in de werkelijke wereld vestigt u zich in een stadscentrum, een winkelcentrum of een meubelboulevard. Op internet zijn dit de portals en afhankelijk van de kenmerken van uw producten of diensten kunt u een type portal uitkiezen zodat u in contact kunt komen met nieuwe klanten behorend tot uw doelgroep.
Portals zijn wel goed vindbaar op internet en zijn in staat bezoekers te binden.

3. Gebruik van portals in uw marketingmix

Op internet kennen we diverse typen portals:

  • vergelijkingsportals voor het vergelijken van standaardproducten en -diensten (Kelkoo, Kieskeurig etc.) gericht op B2C business;
  • marktplaatsen voor het vergelijken van standaardproducten en -diensten gericht op B2B business;
  • lifestyle portals, doorgaans gericht op bepaalde doelgroepen met een homogene behoefte gericht op B2C. Veelal gaat het hier om niet-standaard producten en diensten; hiertoe behoren bijvoorbeeld ook portals van charicatieve instellingen, ZBO’s, populaire TV-programma’s en portals gekoppeld aan magazines zoals wonen.nl;
  • kennisbanken gericht op B2B-doelgroepen om niet-standaard diensten te profileren en om kwalificatie door de doelgroep mogelijk te maken;
  • regio portals meestal gericht op B2C producten en diensten, die geografisch sterk gebonden zijn. Afhankelijk van de aspecten die onderscheidend zijn in uw marketingmix kunt u kiezen via welk type portals u zich wilt profileren.

3.1 Uw product of dienst is een commodity

Als u een product heeft, of een dienst, en een potentiëleklant weet al, dat u daarmee zijn behoefte kunt invullen (vaak een commodity), dan kan in het koopproces (zie Koopbare diensten ontwikkelen en verkopen aan de kopersmarkt) de eerste stap (expliciteren van de behoefte) overgeslagen worden en komen voor B2C en B2B respectievelijk de vergelijkingssite en de marktplaats in aanmerking. In veel gevallen kan zelfs de deal ook afgerond worden op internet (fase 3 koopproces) of kan bereikt worden dan de klant als eerste naar u toe komt om te kopen. Uw internetstrategie moet in dergelijke gevallen dekking geven aan de fasen 2 en 3 van het koopproces, waarbij fase 2 vaak op het portal wordt uitgevoerd en de afronding van fase 3 op uw website mogelijk moet zijn. Probeer hierbij te voorkomen dat u alleen op prijs moet cocurreert.

3.2 Uw product of dienst heeft onderscheidend vermogen

Als u een meer complex product of een meer complexe dienst heeft en/of een product of dienst gericht op een duidelijke doelgroep, dan is de eerste fase van het koopproces zeer belangrijk. De klant moet eerst voor zichzelf kunnen bepalen of hij tot de doelgroep behoort,  wat zijn behoefte is en welke eisen hij wil/moet stellen aan de oplossing (fase 1 van het koopproces). Pas daarna zal hij raken in de oplossing en als die hem aanspreekt zal fase 3 meestal plaatsvinden in de echte wereld.
Voor B2B en B2C zijn respectievelijk Kennisbanken en Lifestyle portals de plaatsen op internet die uw doelgroepen al trekken en waarop u zich zodanig kunt profileren dat fase 1 en 2 van het koopproces uitgevoerd kan worden.
Omdat fase 3 in de fysieke wereld uitgevoerd moet worden, is een goed getimede follow up van belang en als de klant naar u toe moet komen om fase 3 uit te voeren zijn gegevens over vestigingsplaatsen, routebeschrijving, dealerlijst, contactgegevens enzovoort natuurlijk cruciaal,evenals de mogelijkheid dat uw klant laagdrempelig naar u kan reageren, zonder dat hij daarbij zijn doopceel moet lichten.

Een waarschuwing is hier echter wel op zijn plaats. Veel exploitanten van dergelijke portals zijn zich onvoldoende bewust van de mogelijkheden en bieden u dan ook niet de kans om u op de juiste wijze te profileren, namelijk zodanig dat ook fase 1 van het koopproces uitgevoerd kan worden. (Zie ook Hoe kom ik aan goede leads voor nieuwe klanten.)
En dat terwijl fase 1 essentieel is om uw onderscheidend vermogen duidelijk te maken, waardoor voorkomen kan worden dat u vooral op prijs moet gaan concurreren. Hiervoor is het wel nodig dat u op alle vier niveaus van communicatie uw bezoekers aanspreekt. (Zie E-commerce met de E van Emotie.)

3.3 Uw product is sterk geografisch gebonden

Als uw product of dienst sterk geografisch gebonden is, dan zult u vaak gebruik maken van een regio portal. Dit geldt m.n. voor

  • overheidsinstellingen met monopolistische diensten (gemeenten, provincies, waterschappen etc.);
  • in veel gevallen de detailhandel;
  • leveranciers van producten waarvan de leveringskosten sterk bepaald worden door het aantal kilometers transport.

Om een regioportal tot een succes te maken is het wenselijk er ook een regionale krant bij te betrekken, om zo eenvoudig aan regionaal nieuws te komen en om synergie te verkrijgen tussen het offline en online medium.

4. Multi channel strategie

We onderscheiden drie typen internetcommunicatie:

  • presence
  • interactie
  • transactie

Presence is het verstrekken van informatie aan uw doelgroepen zonder de intentie te hebben hier iets anders voor terug te krijgen dan een goed imago bij uw doelgroep. In veel gevallen betekent dit een online versie van uw bedrijfsbrochure aangevuld met informatie voor bestaande relaties en vaak voor sollicitanten. Doel is primair om de doelgroep, die u toch al kent, te bevestigen in hun positieve mening over u en deze vooral niet op het idee te brengen om andere dingen te bekijken. Service aan de doelgroep en transparantie is de essentie.
Hoewel het ogenschijnlijk een stap terug is voor veel bedrijven, blijkt de combinatie van een bedrijfswebsite op het niveau ‘presence’ in combinatie met deelname aan één of meerdere portals in de praktijk goed te werken.
Op deze manier kunnen de kosten beperkt blijven en maakt u optimaal gebruik van de schaalgrootte van portals waarop u kunt meeliften.

Interactie is het uitlokken van communicatie met veelal nieuwe doelgroepen, zodat u gericht met hen in contact kunt komen. Om in voldoende mate echter met uw doelgroep in aanraking te komen, is minimaal een aanvliegroute via portals een must. Voor met name vraaggestuurde organisaties (service, overheid, zorg) is dit vaak een opstap naar een meer ideaal model, waarbij de communicatie plaatsvindt via het portal en de transactie plaats vindt op de eigen website.

Transactie is het bieden van de mogelijkheid om tot een deal te komen. Voor leveranciers van commodities is het een must om deze mogelijkheid op de bedrijfswebsite te bieden, tenzij het vergelijkingsportal of de marktplaats deze service al biedt. In dat geval kan volstaan worden met een bedrijfswebsite op het niveau van presence.
Voor leveranciers met onderscheidend vermogen is het meestal zinloos om transacties mogelijk te maken, omdat de transactie zich meestal in de fysieke wereld afspeelt. Voor hen is cruciaal dat zij via een lifestyle portal of een kennisbank kunnen profileren en via ‘tracking and tracing’ de bezoekers eruit kunnen pikken, die zo ver in hun koopproces zijn gevorderd dat een contact in de echte wereld voor beide partijen zinvol is.

In veel gevallen zien we dat bedrijfswebsites worden uitgerust met steeds meer mogelijkheden. De kosten zullen hierdoor sterk stijgen maar het rendement valt vaak tegen, omdat voor 98% van de bedrijven geldt dat ze het sowieso met hun website moeten afleggen tegen de portals, die door hun schaalgrootte beter in staat zijn bezoekers te trekken en te binden. Het drukken van uw bedrijfsbrochure besteedt u toch ook uit?
Bovendien krijgen dergelijke bedrijfswebsites steeds meer het karakter van een ‘winkel van sinkel’, waardoor ook bestaande klanten worden afgeschrikt en op het idee worden gebracht om ook eens verder te kijken.